ONDERHOUD: DEFINITIES EN BELANG


Onderhoudswerkzaamheden impliceren ongewone situaties en kunnen tot ongevallen leiden: de uitschakeling van de veiligheidsvoorzieningen, de toegang tot gevaarlijke onderdelen, urgenties, een nieuwe omgeving,...
Een goed beheer van het onderhoud is dus zeer belangrijk voor de veiligheid in het bijzonder en het bedrijfsbeleid in het algemeen. Maar wat verstaan we onder onderhoud? Welke factoren geven de doorslag op het vlak van de veiligheid? Waar draait het allemaal om bij een beleid op het gebied van veiligheid?

 
Grote risico's

Onderhoudstechnici werken in bijzondere omstandigheden. Twee essentiŽle elementen hierbij zijn de stress (de noodzaak zo snel mogelijk weer op te starten, de behoefte aan gerichte kennis en een efficiŽnte aanpak in wisselvallige en nieuwe situaties,...) en het verhoogde risico, wat vooral te wijten is aan de uitschakeling van de veiligheidsvoorzieningen, de werkzaamheden aan gevaarlijke machines, verschillende omgevingen, een grote mobiliteit,... Bovendien neemt de druk nog toe door de ontwikkeling van de arbeidswereld: steeds complexere uitrustingen en technologieŽn, steeds minder interne werknemers,... Terwijl het onderhoud vroeger werd verzekerd door een centrale dienst, wordt nu steeds meer een beroep gedaan op onderaanneming. Dit hangt samen met de noodzaak te werken met een externe specialist voor aspecten waarvoor het bedrijf geen interne deskundigen heeft, maar ook met onderhoudscontracten die werden "ingekocht" bij de leverancier van het betrokken materiaal.
De gevolgen zijn velerlei: een versnippering van de kennis met betrekking tot de uitrusting, een hogere tijdsdruk (wat een invloed heeft op de kwaliteit van de voorbereiding en dus op de veiligheid), een andere manier van overdracht van informatie en van organiseren (steeds meer partijen die moeten samenwerken).


Wat houdt het begrip 'onderhoud' precies in?

De norm EN 13306:2001 omschrijft het onderhoud als het geheel van alle technische, administratieve en beheersmatige handelingen gedurende de levenscyclus van een goed, met als doel het in stand houden of herstellen in een staat waarin de vereiste functie kan worden vervuld. Men onderscheidt daarbij drie grote types van onderhoud: preventief onderhoud, correctief onderhoud en grootschalig onderhoud. Bij elke categorie horen verschillende onderhoudsoperaties, van de anticipatie tot de reactie achteraf, via de programmering op regelmatige tijdstippen of de inwerkingstelling van nieuwe apparaten.




Talrijke dodelijke ongevallen

In Frankrijk heeft het INRS in 2005 een onderzoek verricht naar de ongevallen in de sector van het onderhoud1. De basis was zowel een literatuuroverzicht als een studie van de ongevallendatabanken en een analyse van de situaties van de bedrijven op het terrein. Het instituut stelde vast dat er bij de onderhoudstechnici een 'hoge ongevalgevoeligheid' bestaat, op het vlak van de frequentie zowel als de ernst. Deze situatie treffen we globaal genomen aan in verschillende Europese landen. Zo identificeerde het INRS in Frankrijk 179 onderhoudsgerelateerde ongevallen op de 407 dodelijke ongevallen die in het jaar 2000 werden aangetroffen in de database van EPICEA2, d.w.z. 44%. Een verklaring voor dit hoge cijfer is ongetwijfeld de ongevallendefinitie die werd gebruikt; inbegrepen zijn hier immers ook de grootschalige onderhoudsinterventies (nieuwe werkzaamheden, installatie van uitrustingen,Ö), het onderhoud van gebouwen, constructies en infrastructuren (zeer talrijk), enz. Door zich te beperken tot de ongevallen waarbij machines, toestellen en arbeidsmiddelen betrokken zijn, komt het INRS tot 57 op 179, d.w.z. 31,8% van de onderhoudsgerelateerde ongevallen en 14% van alle dodelijke ongevallen geregistreerd door EPICEA in 2000. Een toch niet onbelangrijk aandeel.


Aard en oorzaak van de ongevallen

Bekijken we de aard van deze 57 ongevallen gerelateerd aan machines, toestellen en uitrustingen, dan blijkt uit de studie dat de zwaarste ongevallen zich voordoen tijdens correctieve onderhoudsoperaties, uitgevoerd na een bedrijfsstoring. Bij dergelijke situaties constateren we inderdaad een zware tijdsdruk, een grotere onzekerheid en een beslissende rol voor het doorgeven van informatie vanuit de exploitatie. Wat betreft de frequentie, heeft bijna de helft van de ongevallen te maken met grootschalig onderhoud. Een groot deel van de ongevallen betreft bovendien gebouwen, constructies en infrastructuren, op de voet gevolgd door machines en arbeidsmiddelen.
Meer dan de helft van de ongevallen doet zich voor tijdens de interventie, maar sommige kunnen ook gebeuren vůůr de onderhoudsoperatie (bv. bij de verplaatsing, of bij de voorbereiding) of erna (bij het heropstarten). In zulke gevallen gaat het om een slecht beheerde onderlinge samenhang van deze laatste en de exploitatieactiviteiten.


Verdeling van de 57 dodelijke ongevallen gerelateerd aan het onderhoud van machines
en arbeidsmiddelen volgens ongevalstype

























Ongeval bij de uitvoering van een interventie door een onderhoudsoperator
Ongeval bij de uitvoering van een interventie door een andere operator
Ongeval in verband met een gebrekkig onderhoud
Ongeval in verband met een niet-beheerde samenhang tussen een onderhoudsactiviteit en een andere activiteit
Onbepaald

Bron: INRS


Tijdens andere onderzoeken kwamen diverse factoren inzake arbeidsongevallen naar voren, waarbij duidelijk werd dat deze niet alleen te maken hebben met het niveau van de uitvoering van de activiteiten (bv. gebreken wat betreft de tijdelijke coŲrdinatie en beveiliging van de diverse onderhoudsinterventies), maar ook met het niveau van de planning en de procedures (gebreken wat betreft de onderhoudbaarheid van de uitrustingen of het beheer van de voorbereiding van de hulpmiddelen: materiaal, personeel, middelen, onderdelen, documentatie, methodes) (zie afbeelding 3).

Procentuele verdeling van de categorieŽn van factoren die hebben bijgedragen tot het zich voordoen van de 81 dodelijke ongevallen in verband met het onderhoud van installaties en machines.




















CATEGORIEňN VAN ARBEIDSONGEVALLEN

Op het niveau van de planning en de procedures (niveau 2)
Gebreken inzake de hulpmiddelen
Gebreken inzake de onderhoudbaarheid van installaties en uitrustingen
Op het niveau van de uitvoering (niveau 3)
Gebreken inzake de programmering en planning van onderhoudswerkzaamheden
Gebreken inzake de arbeidsactiviteiten
Andere factoren
Externe factoren (bv. weersomstandigheden)
Niet-gecategoriseerde factoren


Verplaatsing

Een basishypothese, die voortkomt uit de literatuur en bevestigd wordt door de studies van de twee bedrijfssituaties door het INRS, wijst duidelijk op het belang van het aantal ongevallen van onderhoudstechnici bij werkzaamheden uitgevoerd op verplaatsing. Het gaat hier om zowel verkeersongevallen als ongevallen verbonden met de werkzaamheden bij de klant zelf. De verplaatsing leidt immers tot een bijkomende belasting voor de technicus: risico's inherent aan het verkeer, de waarschijnlijk niet minder belangrijkere tijdsdruk, interventies die alleen worden gedaan en met beperkter materiaal, in een minder bekende omgeving, het grote aantal correctieve interventies, die uiteraard gevaarlijker zijn. Er zijn nog niet genoeg gegevens beschikbaar om deze resultaten te veralgemenen. Toch blijkt hieruit reeds het belang van een goede voorbereiding van de werkterreinen (beveiliging, toegankelijkheid,Ö), van de ontvangst en de informatie van de externe operator.


Andere operators

Het onderzoek toont eveneens aan dat het onderhoud niet alleen risico's inhoudt voor de technici van de sector zelf, maar ook voor andere operators. Dit is vooral het geval wanneer productiearbeiders herstellingen uitvoeren. Dit krijgt steeds meer belang want talrijke bedrijven hebben in de laatste jaren onderhoudstaken doorgeschoven naar de bedrijfsmedewerkers. Maar er zijn nog andere personen die hiervan het slachtoffer kunnen worden, vooral bij een gebrekkig onderhoud. Indien dit immers niet op optimale wijze wordt uitgevoerd (afwezigheid van onderhoud, slecht onderhoud, te laat,...), ontstaat er een gevaarlijke situatie, niet alleen voor de technici of de operators die ermee belast zijn, maar voor iedereen die moet werken met slecht onderhouden en dus potentieel gevaarlijke uitrustingen, in het bijzonder in de heropstartfase.


Enkele ongevalbevorderende factoren

De studie van het INRS geeft een beeld van een aantal factoren die het ontstaan van ongevallen bevorderen.

- Omgeving en context fysieke omgeving: de staat van de vloer,...
"    Technische omgeving: type materiaal, gevaar verbonden met de uitrusting,Ö
Organisatie en beleid: druk (bv. tijdsdruk), organisatie van het onderhoud, nadruk op preventieve of correctieve acties,Ö

- Kenmerken van de operators
"    AnciŽnniteit van de operators, ervaring met de werkpost

- Kenmerken van de onderhoudsactiviteiten
"    In het bijzonder de mobiliteit van de operators

- Sociaal - functionele relaties
"    Tekortkomingen in het onderhoud
"    Interventie in aanwezigheid van de klant
"    Slecht beheerde onderlinge samenhang tussen diverse taken




Een voorbeeld van een onderhoudsgerelateerde ongeval

Op 23 oktober 2000 verloren twee werknemers van Fabricom het leven en werd een derde gewond tijdens onderhoudswerkzaamheden in het Seveso - bedrijf Kronos te Gent. Een tank met Titaantetrachloride liep over, waarbij een chemische reactie ontstond die leidde tot het vrijkomen van een zoutzuurwolk. Aangezien de slachtoffers het bedrijf niet kenden en geen informatie hadden gekregen over een evacuatie, liepen ze de verkeerde richting uit en kwamen ze terecht te midden van de zoutzuurwolk, in plaats van de juiste vluchtweg te nemen.
Vier jaar later legde de correctionele rechtbank van Gent de verantwoordelijkheid voor het drama bij de bedrijfsleiding van beide bedrijven, waarbij werd gewezen op het feit dat het veiligheidsbeleid werd opgeofferd voor de "economische belangen". Kronos en Fabricom werden niet alleen veroordeeld tot verscheidene gevangenisstraffen en het betalen van zware schadevergoedingen aan de families van de slachtoffers, maar ook tot de betaling van boetes van respectievelijk
200.000 en 175.000 euro.

Belangen

Het onderhoud wordt steeds meer beschouwd als een essentiŽle functie. Sinds de invoering van geÔntegreerde beheersystemen inzake kwaliteit - veiligheid - milieu, krijgt het onderhoud een belangrijkere plaats in het management van bedrijven. De impact ervan blijft niet beperkt tot het verzekeren van de goede werking van een uitrusting. Een goed onderhoudsbeheer garandeert de bescherming van mensen (onderhoudstechnici, operators, bevolking) en goederen (slijtage, ongevalschade, verlies), maar ook de bescherming van het milieu. Het draagt bij tot een beperking van de kostprijs door een vermindering van de stilstanden, een verhoging van de productiviteit en de kwaliteit van de productie. Het kan bovendien worden benut als een globaal bewakingsinstrument om de beschikbaarheid van de machines en de veiligheid van de uitrustingen te waarborgen. De menselijke en economische belangen zijn dus niet te verwaarlozen.

Preventie

In deze context is het duidelijk dat een planmatig beheer, geÔntegreerd in de totaalaanpak kwaliteit - veiligheid - milieu zeer belangrijk is, veeleer dan een reactieve aanpak van dag tot dag. Dit argument wordt nog versterkt door de meervoudige oorzaken bij onderhoudsongevallen. Uit de literatuur blijkt bovendien dat de organisatie, de communicatie, het beleid en het beheer inzake onderhoud een beslissende impact hebben op de veiligheid van de operators. Ray et al.3 bijvoorbeeld bestudeerden de frequentiegraad van 25 productiebedrijven in Alabama in 2000. Zij benadrukken dat een goed onderhoudsbeheer doorgaans samengaat met een lage ongevallenfrequentiegraad. Andere studies tonen aan dat de veiligheid op het vlak van het onderhoud een rol speelt op alle bedrijfsniveaus: onderhoudsbeheer, planning en procedures, uitvoering van de activiteiten.



Historisch gezien waren de inspanningen op het gebied van de preventie van arbeidsongevallen vooral geconcentreerd op de productieactiviteiten. De preventie vereist echter ook een verbetering van de traceerbaarheid van de onderhoudsactiviteiten in het bedrijf, hoewel dit nog maar weinig aandacht krijgt.
Het is belangrijk te komen tot een globale analyse, een reflectie over de risico's verbonden aan co - activiteiten en een integratie in de preventieplannen voor externe partijen (zie afbeelding 4). De diverse beleidslijnen inzake onderhoud leiden dan tot actiemiddelen, waarbij hun implementatie in de praktijk een analyse van de drie volgende aspecten veronderstelt:

"    de gekozen strategie: keuze voor een systematisch preventief onderhoud of voor een in hoofdzaak correctief onderhoud;
"    ingezette middelen: diagnose-instrumenten, onderdelenbeheer, onderhoudsbeheersysteem (informatica, op afstand,...);
"    vormen van organisatie en aanpak van onderhoudsactiviteiten: onderaanneming, intern onderhoud (door de operators en/of specialisten),...
Een voorbeeld van een beveiligde procedure: het onderhoud van een lift

Het onderhoud en de reparatie van liften zijn gekende voorbeelden van interventies op apparatuur die bepaalde risico's kunnen inhouden, dit zowel voor de uitvoerende technici als voor het publiek. Kone liet PreventFocus een blik werpen op het onderhoud van een lift bij Tour & Taxis in Brussel.


Bij de in deze locatie geÔnstalleerde liften gaat het om de meest recente modellen. Sinds enkele jaren heeft de technologie in dit domein een grote evolutie doorgemaakt, wat geleid heeft tot een grotere betrouwbaarheid van de apparatuur en tot een maximale veiligheid tijdens diverse onderhoudswerkzaamheden. Zo zit elk toestel volgestouwd met elektronische veiligheidssystemen. Dat impliceert echter niet dat de technicus er niet aangehouden is strikte veiligheidsprocedures te volgen.


Het bedieningspaneel, op de hoogste verdieping, is vergrendeld en alleen toegankelijk voor technici en brandweer. Bij een defect wordt de lift automatisch buiten werking gesteld. Een code signaleert de oorsprong van het probleem aan de technicus. Natuurlijk is geen enkel systeem 100% betrouwbaar, en controleert de technicus altijd of het probleem correct geÔdentificeerd is.

Tijdens het onderhoud steunt de technicus op de 'Take five', de vijf basisregels voor elke taak met een elektrisch systeem:
"    zo mogelijk de elektriciteit uitschakelen bij de hoofdschakelaar (geen spanning);
"    vermijden dat de installatie weer in werking wordt gesteld (bv. bericht uithangen dat wijst op de werken);
"    mechanische blokkering/vergrendeling, indien mogelijk (hangslot);
"    het werkterrein beveiligen: opmeten met de spanningsmeter om te zien of de stroom goed is afgesloten op de juiste plaats;
"    controleren of er geen condensatoren overblijven die gedurende enkele minuten nog stroom geven.


In de praktijk is het niet altijd mogelijk om deze basisregels toe te passen. Dat hangt af van het toestel en van de aard van de werken. Het is bv. niet mogelijk de stroom te onderbreken bij de hoofdzekering bij een inwerkingstelling of onderhoud. De technicus activeert dan de modus 'inspectie' waardoor hij de beweging van de liftkooi op lage snelheid kan controleren met een schakelkast. Er zijn nog andere voorzorgsmaatregelen van kracht opdat de technicus controle kan behouden over het verloop van de interventies. Zo is er onder meer een beveiligingssysteem met twee knoppen dat de technicus verplicht met twee handen te werken, wordt elektrisch geÔsoleerd gereedschap gebruikt,... Zijn er meerdere schakelkasten, dan worden ze zo geprogrammeerd dat er maar ťťn tegelijk kan functioneren, wat betekent dat maar ťťn persoon tegelijk een manoeuvre kan uitvoeren. De communicatie tussen de technici moet gewaarborgd blijven: dit gebeurt via gsm of via radioverbinding als de communicatie via gsm
onmogelijk is.


Een specifiek aspect van het onderhoud van liften is het feit dat het gaat om een interventie bij een klant. Dit impliceert twee zaken: vooreerst de interactie met personen de geneigd zijn de lift te nemen en ook de positie van de lift in een structuur waaraan de interveniŽrende onderneming slechts weinig manoeuvreer
ruimte heeft.


Wat het eerste punt betreft, is de prioriteit bij een interventie een persoon die eventueel geblokkeerd zit in een lift, eruit te halen. De technicus moet de liftkooi naar de dichtstbijzijnde verdieping manoeuvreren tot aan een deur, die enkel hij kan openen. Is het onmogelijk de modus "inspectie" in werking te stellen, dan is er nog een manueel alternatief (hefboom en katrol). De technische vergrendelingen en het overschakelen naar de modus "inspectie" laten de controle volledig in hadden van de technicus en verhinderen zo elk risico dat een voorbijganger de lift onvrijwillig in werking stelt. Op niveau van de infrastructuur is het niet altijd evident om de veiligheidsmaatregelen te doen naleven door de opdrachtgever. Het is van groot belang om de toegangen goed te onderhouden, de machinezaal af te sluiten of voor nieuwe vergrendelingen voor de ladders te zorgen. Er zijn immers in de infrastructuur nogal wat elementen die risico's kunnen inhouden voor de technici. Het komt er dus op aan te zorgen voor een goede responsabilisering en coŲrdinatie van alle betrokken partijen.

(Bron: Prevent - Brussel)

2010 AM GROUP. All rights reserved